Toen Riek weg was, bleef Nita een beetje onwennig zitten.
„Ik wou, dat Moeder maar gauw kwam,” dacht ze. „Ik durf niet zo maar naar Riek’s kamer te gaan, als ze er
„Ik geloof, dat jij nog meer van Opa hield, dan ik.”
niet is, het lijkt zo brutaal. Zou het ’s morgens altijd zo stil zijn hier in huis? Je hoort geen geluid! Floor is ook al zo stil. Zeg, bruine ridder van je vrouwtje, waarom kijk je zo sip? Ben je nou het Baasje kwijt, dat zo fijn met je wandelde? Ik zal straks, als Moeder niets voor me te doen heeft, een stevige wandeling met je gaan maken. Hou je
Ï31