jij maar bij haar, dan kun je net zo hard van haar genieten.”
Ja, Riek kon er inkomen, dat je geen zin had om weg te gaan van zoiets liefs. Ze zou ook graag veel meer naar Zus gaan, maar Moeder was van het systeem: je moet je familie niet overlopen en ze kon het niet goed hebben, dat er téveel naar Zus werd gelopen. „Zus weet, dat we allemaal even graag komen en dat we klaar staan haar te helpen wanneer dit nodig mocht zijn, maar het is niet prettig voor een jong huishouden als de lieve familie zo dag aan dag komt aanhollen en met raad en daad bijstaat. Jonge mensen moeten leren zichzelf te helpen en zélf de verantwoording dragen.”
„En natuurlijk zal Moeder het wel goed inzien,” dacht Riek, schoon ze toch wel eens in opstand kon komen tegen Moeder’s strenge uitspraken. Dan probeerde ze troost bij Vader te zoeken, maar die was het altijd eens met Moeder en zei lachend, dat ze zich maar net zo goed in het Schrikbewind moest schikken als hijzelf. En als je Vader’s ogen, dan zo vol liefde Moeder’s kant uit zag kijken, dan nam je immers onmiddellijk aan, dat het zó wel het beste zou zijn.
„Nou, Riek,” sprak ze zichzelf toe. „Zou je niet eens een beetje gaan studeren? Morgen komt juffrouw de Vries en dan heeft ze onmiddellijk door, dat het deze week mis met m’n pianostudie is.”
Waarop Riek anderhalf uur aan één stuk door studeerde en de piano dichtklapte met het prettige gevoel, dat ze nu toch weer iets van de verzuimde tijd had ingehaald.
„Ik dacht al, dat je nooit ophield!” lachte tante Do, die met een glas melk en twee stevige boterhammen naar boven gedraafd kwam.
„Zalig!” genoot Riek. „Ik heb zo’n akelig wee gevoel in m’n maag, ik was er aan toe, Do-tante!”
„Hongerlijdster!” Tante Do straalde. Begon het kind er niet bij de dag beter uit te zien ? En had ze wel ooit zo
121