gaf Riek toe. „En als ikzelf niet zo’n tijd gelegen had en me ziek en naar had gevoeld, dan had ik er ook niet over gedroomd. Ik vind het reuze van jullie, dat je het terwille van mij wel eens een keertje doen wilt en heus, als je eenmaal gewend bent aan... nou, aan haar stumperig gezichtje, dan zul je er net zoveel voor gaan voelen als ik. Je moet maar eens zien, hoe blij ze kan kijken en ze kan zo echt hartelijk lachen, ’t Is gewoon een pleizier om haar aan het lachen te maken. En als je haar hoort zingen, nou, ik zeg maar niet teveel, anders denken jullie toch maar, dat die malle Riek het weer te mooi maakt, net zoals ze bij me thuis zo vaak denken.”
„Riek, jij bent toch zo’n driedubbel gebeide schat,” zei Bep hartelijk. „Wie voor jou niet door het vuur gaat, dat is een kind om op te schieten! Zeg maar op, wanneer we er heen zullen stevenen, ik doe mee! ”
„Fijn, kinderen! Als Nita er niets tegen heeft zullen we dan Woensdag Corrie-waarts gaan. 'Haar Moeder, die eerst een beetje sip keek — Anne-Marie zegt, dat het uit pure bezorgdheid voor Corrie is — vindt het nu ook opperbest en we mogen thee schenken en zoveel rommel maken als we maar zelf willen. Stel je voor: Anne-Marie heeft gezegd, dat ze zal proberen even binnen te komen wippen.”
„Enig!” riepen ze als uit één mond, want de bekende pianiste was nou niet de eerste de beste, dus dat vonden ze een hele eer voor „de Brei”.
Natuurlijk zei Nita volmondig ja! toen Riek haar het plan van de Brei voorlegde.
„En er schiet me opeens een reuze idee door m’n kerse-pit!” riep ze. „Je zegt, dat het zo fijn is om haar te zien lachen, nou, weet je wat, laten we de een of andere malle voordracht in mekaar flanzen en die in costuum voordragen.”
„Zeg, joh, enig!” juichte Riek. „Zie jij kans wat te maken?”
”5