vet te mesten, dan is U kogelrond vóór U het zelf weet! ” „O, o, mijn arme lijn!” weeklaagde Anne-Marie.
„Wat lijn!” bromde tante Do. „Jullie jonge mensen van tegenwoordig, je let allemaal veel teveel op wat je dè lijn noemt. En daar wordt de gezondheid aan opgeofferd. Mensen, die hard werken, moeten stevig eten en er niet aan denken of ze een pondje meer of minder wegen.” „Neemt U maar een voorbeeld aan ons tantetje,” plaagde Frans. „Is dat geen gezellig dikkie?”
„Aap van een jongen!” lachte tante Do, die tamelijk mollig was en zich hiervan hoegenaamd niets aantrok. „Als jij zo oud bent als ik, ben je gewoon Jan Dikkeprop, want je eet nu al meer, dan wij allemaal samen.”
Anne-Marie dronk gedwee het glas melk op en beloofde zich er niet tegen te verzetten als ze voortaan iedere dag, buiten het gewone eten, een flesje yoghurt op haar kamer kreeg, dat — zo luidde het bevel van de strenge Muizen-moeder — opgegeten moest worden.
Er was een schorre klank in Anne-Marie’s stem, toen ze mevrouw van Dongen bedankte voor al haar goede zorgen.
„Ik word een akelig sentimenteeltje,” berispte ze zichzelf, toen ze weer op haar kamer was. „Misschien komt het doordat ik zo moe ben, dan lijkt het wel of alles je van streek maakt. Maar het neemt niet weg, dat de van Dongens met hun lieve en hartelijke zorgen me werkelijk ontroeren. Tenslotte ben ik op dat punt toch heus de laatste jaren niet verwend. Heeft ook al weer z’n goede kant, juffer Anne-Marie, stel je het des te meer op prijs.”
„Goeie grutte!” zuchtte Miep, toen zij en de andere meisjes, na schooltijd met Riek opliepen. „Jij hebt toch altijd weer wat anders, Riek! Pas zijn we aan het
Het Muizennest. 8