gaan, maar op onze eerste Clubmiddag waren ze als kemphaantjes en zolang 'die twee niet wat beter met elkaar zijn durf ik onze Brei..
„Niet nog meer in de brei te helpen,” vulde ondeugend Frans aan.
„Als de ene hand de andere wast...” zei Anne-Marie. „Ik zal je helpen je twee kemphanen wat dichter bij elkaar te brengen, zorg jij dan maar voor mijn Corretje.”
„Dat in ieder geval,” beloofde Riek. „Spreekt U maar met haar Moeder af, wanneer ik bij Corrie kan komen. Ik neem alles mee wat haar afleiding kan bezorgen. Weet U wat, ik neem mijn bruine ridder ook mee, dat zal ze enig vinden.”
„Als jij jezelf meeneemt, is het voor haar al meer dan genoeg,” zei Anne-Marie hartelijk en ze verkneuterde zich bij het idee, dat het zonnige Riekje bij haar beschermelinge zou zijn.
„Je moet eens proberen, Riek, of ze zich kan interesseren voor postzegels,” stelde Frans voor. „Ik wil er haar graag wat mee helpen, als ze er iets voor voelt en ze kan voor mijn part mijn dubbele krijgen.”
„Kuifmans!” Riek streek door Frans’ woelige, blonde haardos. „Je bent toch een patente kerel. „Al zou ze geen snars voor de ... hoe noem je het ook weer.. . fitelatie, of zoiets...”
„Domkop! gebruik geen vreemde woorden die je niet uit kan spreken, ’t is Philatelie,” zette haar broer haar terecht.
„Nou, al zou ze dan niks voor de liefhebberij met de lastig uit te spreken naam voelen, dan zou ze er vuur en vlam voor worden als een ridder zonder vrees en blaam zoals jij, haar hierin voor zou willen lichten.”
„Moet jij eens een duchtige afstraffing hebben?” Frans kwam met grote stappen op haar af, deed alsof hij haar wilde slaan, waarop haar „bruine ridder” onmiddellijk opvloog en onbedaarlijk tegen Frans begon te blaffen.
nr