MIES DEMMING. 91
zag, dat Denijs haar onder den neus duwde.
„U heeft ze niet besteld. Neen, dat dacht ik al. Maar hoe ter wereld, maakt de drukker dan kaartjes voor u, die u n i e t bestelde.”
„Och,” zei Mies haperend. „Hij was eens op kantoor, al een tijd geleden en toen beloofde hij een net visitekaartje voor mij te maken, ’t Is al
zóó lang geleden, dat ik ’t me niet eens meer herinnerde.”
„Zoo,” gromde Denijs en hij keek haar verwoed aan. „En u accepteerde dat maar, hè? U begreep niet, dat die kerel met z’n lieve attenties die kaartjes er bij mij wel zou uitslaan. Zoo’n domkop, dat doorziet ze weer niet. Hij legt ’t toch op m ij n, rekening, voel je dat niet, schepsel? Niemand doet iets voor niets. En al die lievig-heidjes zijn allemaal niks waard. Maar, ik zeg