MIES DEMMING. 205
„Wacht maar, kind,” zei Verstraeten, „tot ons eigen nestje klaar is. We zullen je werkkamer zóó maken, dat je niet anders kunt dan werken.” „O, neen, Hans, geen aparte werkkamer, mijn bureau moet in jouw kamer staan, er zal zoo vaak iets zijn, dat ik je uit handen kan nemen en dan is ’t fijn als ik bij je zit en je me alles kunt zeggen.”
„Bravo!” riep van Meerssen. „Dat is de echte couranten-vrouw! Hans, jongen, dat mag je op prijs stellen.”
Het was een echt geanimeerd dinertje, zoo heelemaal niet stijf of gedwongen. Alleen speet het Mies, dat Annie en Henk, die door lichte ongesteldheid van kleine zus, niet langer dan noodig was van huis wilden blijven, er niet bij tegenwoordig waren.
Het strijkje speelde Mies’ lievelingsmoppen en ze zat met schitterende oogen rond te kijken en moest door Hans gedwongen worden om toch iets te eten.
Grompie speechte en Frits speechte en van Meerssen sprak en Hans bedankte en toen kwam aan het dessert een taart in den vorm van een boek, waarop met rose letters:
„Nieuwste roman van Mies Demming:
„Hoe Miep en Hans elkaar kregen, of de première.”
Dit gaf natuurlijk een uitbundig gejuich en Mies riep:
„Is dat ook weer een mop van Frits?” „Pardon, juffrouw, van uw vriendin Dolly,” verdedigde deze zich.
„Wacht maar,” dreigde Mies en ze keek met ondeugende oogen van Dolly naar van Meerssen, welk tweetal het bizonder goed met elkander scheen te kunnen vinden. „Ik zal me op jouw verloving wreken, hoor!”
„Accoord!” riep Dolly terug, „’t Zal me een