200 MIES DEMMING.
hoofd warrelden en Hans met lichte tikjes tegen haar arm moest waarschuwen als ze bedanken moest voor de een of andere bloemenhulde.
„Als een vorstinnetje, dat cour houdt,” zei Annie, die met Henk een paar uurtjes overgekomen was, zacht tegen Liesje en Frits.
„Mieselien heeft wat je noemt haar beau jour vandaag,” vond Frits.
En dat vonden velen met hem en er was maar één roep over Verstraetens jonge bruid, die zooveel gratie paarde aan zooveel talent.
Juist toen er een oogenblik van wat rust
kwam, zooals men op een receptie wel meer heeft, terwijl meestal vlak daarop de menschen
weer komen aandrommen, werd de deur ge
opend om een als heer gekleed man binnen te laten, die in z’n handen krampachtig vasthield een grooten ruiker.
Eenigszins gejaagd begaf hij zich naar het
bruidspaar en terwijl hij voor Verstraeten bleef staan, riep Mies ten hoogste verrukt:
„Janus!”
Een stralende glimlach vloog over Janus’ gelaat, maar direct daarop werd het weer ernstig en eerbiedig naar Verstraeten opblikkend, zei hij: „Petroon, ik hoop asdat u ’t niet astrantig van mijn vind, asdat ik de vrijheid heb genome zelvers te kome, maar asdat ik al onder uwes geëerde vader zaliger gewerrekt hep, bin ik maar zoo vrij geweest.”
„Dat is héél aardig van je, Janus,” zei Verstraeten, hem hartelijk de hand drukkend.
„Enne,” ging Janus onverdroten voort. „Toen ik hoorde, asdat uwes verkeering hep met hier de juffrouw, toen was ik heelemaal niet meer te houwe. Ik seg teuges me vrouw, vrouw seg ik, daar mot ik heen, da’s nou effetief ’t beste mens watte me op de heele redactie gehad hebbe, soo niks groosig en soo niks geen kouwe drok-