NEGENTIENDE HOOFDSTUK.
Het ging als een loopend vuurtje door de journalistieke wereld. Verstraeten, de verstokte celibatair had zich verloofd!
En Mies’ naam, als bruid en jonge schrijfster ging van mond tot mond en allen waren ze nieuwsgierig haar te zien.
Frits en Lies je, hoewel gedupeerd, dat ze hun bruidsmeisje moesten missen, waren uitgelaten toen ze het groote nieuws hoorden en Frits, zakenman als hij was, zei direct:
„Prachtige reclame voor je boek, Mieselien, nu zal iedereen het willen lezen!”
Dolly, nu haar broer z’n eerste liefde vergeten was, verheugde zich ook in het geluk van haar vriendin en ze hielp mevrouw met alle toebereidselen voor de receptie en het dinertje, dat er na gegeven zou worden.
Eindelijk was dan de groote dag aangebroken, een mooie Zondag in Januari met helder vriezend weer.
De groote suite van den huize Demming leek één bloementuin en steeds nog werden manden en bouquetten aangedragen.
„Waar moeten we die nu weer zetten?” vroeg mevrouw, als weer een reuze mand naar binnen gedragen werd.
En altijd wist Dolly nog wel een plekje te vinden.
Daar hield een auto voor de deur stil en daaruit kwam Verstraeten, een groote witte bouquet in de hand, slank en voornaam in z’n nauwsluitend zwart costuum. En daar stond midden tusschen de bloemen en planten eenvoudig en smaakvol in haar witte japon, Mies, wier don