MIES DEMMING. 193
z’n naam noemen? Wat keetig allemaal!”
„Zeg, dolle, hou toch eens op met je vragen,” lachte Mies. „Kleed je nu maar gauw aan en kom dan beneden.”
„Hè, wacht nou effe op me.”
„Neen, ik ga nu naar beneden, je komt wel.”
„O,” plaagde hij. „Daar heb je ’t al, geen minuut kan ze buiten d’r vrijer. Zeg, hoe heet ie nou ook weer?”
„Hans! Ben je nu tevreden, nieuwsgierige baby?” „Hans!” zong Frans. „Hans, m’n zwager! Ik kom daar, hoor!”
Mies, lachend, ging naar beneden.
„En wat zei Frans wel?” vroeg mijnheer.
„O, hij was door ’t dolle heen. U had ’m moeten
Mies Demming. 13