166 MIES DEMMING.
nog nooit. Alles wat hij doet, of ’t zijn spoor in elkaar zetten, of een huis bouwen is, ’t gaat alles met evenveel ernst en nadenken. En als je hem een verhaaltje vertelt, dan staat ie, geleund tegen je knie en valt je met geen enkele vraag in de rede. Maar ben je klaar met vertellen, dan komen alle waarom’s na elkaar en zie je hoe goed hij alles in zich opgenomen heeft.”
En zoo vertelde Mies nog door van de kinderen, van het geluk van Annie en Henk, van Beppie, die haar zeer nabij was gekomen.
„Je hebt daar, dunkt me, rijke stof tot schrijven opgedaan,” zei Verstraeten, die genoten had van Mies’ verhalen, vooral, toen ze sprak over de kinderen en het jonge geluk van haar vrienden, ’t Was hem zoo iief geweest, het innige teêre en zachte waar te nemen op Mies’ kopje, toen ze daarvan vertelde.
„Ja” zei Mies, „het heeft me ontzaglijk veel stof gegeven, maar dat niet alleen, ’t heeft me in ieder opzicht goed gedaan, lichamelijk als geestelijk en ik voel me een herboren mensch.”