150 MIES DEMMING.
beste schrijfster van de wereld vinden, want ieder haat hier zijn naasten buurman als ... zijn achterbuurman!”
„’t Kon Henk z’n praktijk wel eens kunnen kosten, als de menschen wisten, hoe hij over ze sprak,” zei Beppie.
„Geen nood, kind! Bij de kliek ben ik toch al in ongenade, die laten zich liever cureeren door mijn geëerden collega, het brave neefje van het nog bravere lid van dè familieregeering. Maar, Mies brandt van verlangen om meer te hooren.
Beppie pé-bui, val ons niet weer in de rede, straks mag jij al het liefs vertellen van onze gemeente-notabelen. Nu dan, de litérator-brand-stoffenhandelaar komt uit het geslacht der Lin-stroo’s. Nooit van gehoord, Mies? Ken jij Oome Hein en Oome Kees en Oome Dries Linstroo niet? Oome Hein met z’n witte kuif en z’n rond buikje, die toen ie met tante Neel trouwde een water-en-vuur nerinkje had, annex tabak-en-si-garen affaire? En Oome Kees, die barbier was en Oome Dries, die met manufacturen liep? Och mensch, dan ben je heelemaal niet op de hoogte! Enfin, ’t is den Oomes voor den wind gegaan en al wat er in Heidenoord aan brandstoffen, sigaren en manufacturen verkocht wordt, ’t komt allemaal van de Oomes. En de kinderen van Oome Kees en Oome Dries — Oome Hein heeft geen kroost — zijn allen voortgegaan op het pad van hun brave ouders en hebben de zaakjes gebracht tot énorme zaken en overal waar geld aan te verdienen of eer te behalen is, daar zit de familieregeering in en voert er den hoogsten toon.”
„En,” viel Annie hem in de rede. „Vergeet vooral niet te vertellen, dat, overal waar geld voor te geven is, de familieregeering de hand op den zak houdt en ’t aan anderen overlaat de verschillende nooden te lenigen!”