144 MIES DEMMING.
deugende, herkregen weer hun oude schittering.
Zoo vond Henk haar van zijn ziekenbezoek terugkomend.
„Ik geloof, dat de buitenlucht je nu al goed doet,” zei hij.
Ans en Mies keken elkaar lachend aan.
„Vrouw, ik heb visite meegebracht, Beppie en Hans zijn meegereden.”
'Beppie was een zuster van Henk, een meisje van een en twintig jaar, met wat stug uiterlijk, verloofd met een vriend van Henk, Jan Terwolde, een jong meester in de rechten.
„Ik kom je even m’n aanstaande voorstellen,” zei Beppie, terwijl ze op Mies toetrad en voorstellend :
„Jan Terwolde, Mies Demming.”
„Juffrouw Demming,” begroette Terwolde haar hoffelijk. „Aangenaam uw kennis te maken, ik heb al zóóveel van Ans’ literaire vriendin gehoord, ik vind ’t bizonder prettig u nu eens te zien.”
„Je zult je wel voelen,” zei Beppie. „Ben je erg exentriek geworden? Hou je er eenige hobby’s op na? Dit doen immers al die beroemdheden!”
Mies, direct het spottende in Beppie’s optreden voelend, zei lachend:
„O, verschillende! Ik kan b. v. niet werken, als Sultana, een jong pantertje niet onder mijn bureau ligt en ik draag uit louter bijgeloovig-heid een ring van hout, daar klop ik iederen keer drie maal tegen, als er iets goeds van m’n werk gezegd wordt. Nu, ik kan je zeggen, ’t ding is haast versleten.”
Annie, Henk en Jan barstten in een schaterlach uit om den nonsens van Mies, maar Beppie, met een blik waar naijver uit sprak op Mies’ humor en den bijval, dien ze vond, vooral bij Jan, zei wat vinnig: