MIES DEMMING. 121
zul je het nauwkeurig doen en niet zooals wel eens bij Denijs gebeurde het drukfoutenduiveltje vrij spel laten?”
„Ja, weet je wel, dien eersten keer, bij het werk van den grooten H., hoe handig ik me er toen uitredde,” schaterde Mies.
„Maar ’t is ook geen wonder, dat er toen foutjes bleven zitten. Uit zuinigheid moest je warempel tusschen koffiedrinken corrigeeren! Maar geen nood, hoor! Ik corrigeer nu met de grootste nauwkeurigheid en als ik ermee klaar ben, doet de goede vader het nog eens dunnetjes over.”
Nu volgde een zeer zakelijk en ernstig gesprek over het honorarium en verdere condities, wat tot groote tevredenheid van de schrijfster en uitgever afliep.
„Zoo,” zei Frits, terwijl hij zijn bureau sloot. „En nu gaan we op den goeden afloop van deze gewichtige zaak een afzakkertje nemen in Tri-anon. Vooruit, meiskes, kleedt je aan, dan gaan we gauw op stap.”
„Ach, welk een ideaal-uitgever,” zuchtte Mies, terwijl ze het fleurige voorjaarsdopje opzette, dat zoo wonderwel het donkere bobbed-hair omsloot.
„Wat heb je daar toch een snuit van een jurk aan,” zei Liesje, terwijl haar vingers de soepele stof betastten van het violetkleurige costuumpje, dat in zijn eenvoud van lijnen Mies’ slanke figuurtje op zijn best deed uitkomen.
„Samen met de Pier in mekaar geflanst. Zeg, jongens, die goeie moeder van me heeft in den laatsten tijd zulke vreesclijke degelijkheidsbe-vliegingen. Ik moet leeren m’n eigen jurken maken en als ’t even kan, jaagt ze me naar de keuken om het kokerellen te leeren. De goeie schat is vast bang, dat ik als huisvrouw zal mislukken wanneer ik me heelemaal aan de