Mies Demming

Titel
Mies Demming

Jaar
1925

Druk
1925

Overig
1ed 1925

Pagina's
210



118    MIES DEMMING.

„Jouw ziekte is voor ons allebei een zegen,” zei Mevrouw zacht. „We waren mooi op weg een paar verwrongen, onmogelijke menschen te worden. Wil je gelooven, man, dat ik me veel fleuriger en prettiger voel, dan ik me in jaren gevoeld heb. Als ik ’s avonds bij Frans zit en z’n werk is klaar, hebben we samen de grootste pret en gisteren heeft ie me de vleiende benaming gegeven van „een eenige knul”, zóó hebben we samen gestoeid.”

„’t Is te begrijpen, kind,” zei mijnheer. „Er is een zware druk van je weggenomen en je begint weer vrijer te ademen. Wacht maar, hoor wijfie, ik zal je die zure jaren wel vergoeden, geloof dat maar.”

„Naar bed, naar bed, zei Duimelot,” zong Mies’ stem door de gang.

„Hè, kind, ben je daar nu al?” vroeg haar vader ontstemd. „We zaten net zoo in-genoegelijk.” „Dat heb ik in de gaten, torteltjes,” plaagde Mies. „Zal ik dan maar genade voor recht laten gelden en jullie nog een kwartier toestaan?” „Neen, geen denken aan,” zei mevrouw resoluut. „We zullen goed laten, wat goed is. Vlug naar je mandje, Grompie.”

Onder lachen en plagen werd mijnheer nu in bed gestopt, en toen de kamer donker was gemaakt en Mies met haar moeder naar beneden ging, leunde de laatste even haar hoofd tegen Mies’ schouder en zei ze ontroerd:

„Wat een heerlijke omkeer, hè kind?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.