MIES DEMMING. 109
„En wij ook,” zei Verstraeten. „Meestal gaat de pers zooiets stilzwijgend voorbij en ’t is een zeer mooi teeken, dat ze er notitie van namen. Maar, Mies, voel je er heusch niets voor je roman eerst als feuilleton bij ons te plaatsen. Je kunt hem daarna nog altijd in boekvorm uitgeven.”
„Ja, maar ik heb hem al aan een uitgever beloofd,” weifelde Mies.
„Zoo, toch niet aan Denijs?”
„Welneen,” lachte Mies. „Stel je voor, bij de zure! Ik denk, dat ie me op de volgende manier ontvangen zou, als ik den treurigen moed zou hebben hem mijn werk aan te bieden: Tooneel: de zure in den kantoorstoel, bij de deurpost een