251
De champagne-kurken knalden en de parelende wijn werd geschonken in de ranke glazen. En er werd gefeliciteerd en gekust en Norinchen' s lief gelaat straalde van geluk.
Het champagne-glas hoog geheven en een arm om zijn Norinchen heen, zei Fred:
„Vader, ik dank je en je kunt er van op aan, dat ik het op prijs zal stellen. Je zult nooit berouw hebben van wat je vanavond voor me gedaan hebt. Ik zal een man worden."
En zich tot Norine keerend, zei hij: „Liebste, we zullen je vader opbellen, hij moet ons geluk direct weten,"
Een uur later hadden ze aansluiting met Zürich.
„Vatti," sprak Norine's ontroerde stem door den hoorn, „Vatti, we hebben ons zoo juist verloofd, Fred en ik. Geef ons je gelukwenschen. Wacht even, hier is Fred."
En achtereenvolgens kwamen alle familieleden aan de telefoon en Sally en haar vader.
En 't was mevrouw Dannenburch, die op haar hartelijke wijze vroeg:
„We verwachten u gauw voor een heel poosje bij ons; u moet toch getuige zijn van het geluk van uw kinderen,"
Twee paartjes deden de balzaal nog eer aan. Fred en Norine dansten niet meer, maar zaten bij de ouderen en toen meneer Dannenburch hen zei, hoe 't de wensch van moeder en hem was, dat ze niet al te