249
„Heel hard,” gaf Sally toe. En vooral tegen het afscheid van Norine zie ik geweldig op. Maar weet je, Jack, ik voel toch wel, dat ik met Dad mee terug moet gaan.
Ik mag niet al te egoïstisch zijn.”
Jack's hart, dat gewoonlijk nogal regelmatig klopte, ging nu toch geweldig te keer.
„You are right, baby!” zei hij alleen.
„Norinchen,” Fred's stem was een zachte fluistering. „Ik ben zoo blij, dat ik je weer heb. Er zal nu nooit weer iets tusschen ons komen. Je kunt er zeker van zijn. Wil je op me vertrouwen?”
„Ja, Fred.” Zoo gelukkig en zoo vol vertrouwen blikten Norine's stralende oogen naar hem op.
De wals was geëindigd en de drie paartjes zegen neer in de uitnoodigende hoekjes, die Fred zoo met zorg ingericht had.
Toen stond in de andere kamer meneer Dannenburch op en z'n keel schrapend, begaf hij zich naar de danszaal.
„Jongelui, vóór je weer gaat dansen zou ik gaarne hebben, dat je even naar me luisterde. Mr. Graham, mag ik u verzoeken hier ook even te komen en vrouw, kom naast me staan.”
„Hemeltjelief, wat doet de Pipa plechtig,” fluisterde Mieke Rinus in,
„Norinchen,” wendde meneer Dannenburch zich tot het meisje, „'t Is nu ongeveer een half jaar geleden, dat er een onbekookte, dolle brief van Fred kwam om me te vragen mijn toestemming tot jullie