247
’t Was Sally, die, haar arm om Mr. Graham’s hals slingerend, hem een klinkenden kus gaf.
Het heele troepje jongelui kwam vroolijk naar binnen.
„O, mevrouw, wat e enig, die rommelkamer van Fred, met al die instrumenten!” zei Norine.
,,Hij heeft ons op verschillende soli vergast. Eenig gewoon!”
„Uw zoon is een artist!” vond Jack MacLean, die zelf heelemaal niets op muzikaal gebied presteerde en Fred werkelijk een genie vond,
„Hij kan tenminste nog altijd in een band z’n kost verdienen,” plaagde Rinus.
„Bij ons op de schuit zou hij een aanwinst zijn!”
Fred had intusschen de electrische gramofoon aangezet en annonceerde: „Jack Hylton and his orchestra!’
„Vooruit, jongelui, dansen! Norinchen, mag ik je verzoeken....
Sally zal me wel vergeven, dat ik haar niet, volgens alle regelen der etiquette, eerst ten dans vraag.”
Weg zweefden ze op de tonen van een Slow-fox en direct achter hen aan Jack met Sally en Rinus met Mieke.
„Zeg, zilten baar, je danst een stuk beter dan verleden jaar! Zeker goed geoefend?” lachte Mieke.
„Nogal glad! je hebt me toen zoo uitgeveterd! Ik wilde dezen keer beter beslagen op het ijs komen.