241
zoo, dat ze ieder oogenblik dachten te pletter te slaan tegen een klip, had een blik op het kleine portretje hem kracht gegeven.
En nu stond ze voor hem, een andere Mieke en toch dezelfde. Iets vrouwelijker was ze geworden, iets ernstiger ook, leek het hem toe. Maar het natuurlijke, ongedwongene, dat hem, zelf zoo stoer en krachtig, juist zoo aangetrokken had, was in haar gebleven.
„Norinchen?" vroeg hij blij-verwonderd, toen Mieke hem vertelde, dat hij een oude kennis uit Interlaken zou ontmoeten. „Och, dat is aardig! Is ze nog zoo mooi en zoo bijzonder innemend?”
„Vraag het Fred,” plaagde Mieke, ondanks waarschuwende blikken naar vader’s kant van Fred.
„Zoo, ben jij nog altijd zoo épris van haar.” Rinus' gezonde lach klonk door het vertrek. „Oude liefde roest niet, wat Fred? Nou, zoo'n meisje zou iedereen ook wel willen hebben. Je keuze is nog zoo slecht niet.”
„Pas dan maar op je eigen hart, zilte baar! Ik zal jou in de gaten houden vanavond,” zei Fred.
„Mijn hart is schotvrij.”
„Daar zijn ze!” riep Mieke, toen ten tweede male de huisbel luidde.
„Ik brand van verlangen naar de twee Amerikanen.”
In de hall hoorde men Sally's opgewekt praten al.
Fred spoedde zich naar buiten, wat gejaagd, nu Norine’s entree in de ouderlijke woning zou plaats vinden.
Contrasten. 16