240
lijken toon, hiermee zijn vader te kennen gevende, dat hij de beurs-noteeringen gelezen had.
„Ja, er is nog weinig kooplust bij het publiek," zei z'n vader, de courant open vouwend.
„Heelemaal bij de zaak is boetlief," lachte Mieke. „Aandeelen Norine gaan de hoogte in."
„Nest," fluisterde haar moeder, het meisje naar zich toe trekkend.
„Daar zul je ze hebben," zei Fred, toen de huisbel klonk en hij spoedde zich de hall in.
„Ze zijn het niet, ik hoor maar één stem. Zeker Rinus," deed Mieke onverschillig.
„De zilten baar!" annonceerde Fred, de deur wijd openend om Rinus van Scheven binnen te laten.
Blond, blank, stoer en krachtig, stond hij blij-lachend in de deur-opening.
„Dag Rinus, jongen, hoe gaat het?" begroette mevrouw hem vriendelijk.
„Wat ben je flink geworden. Nog langer dan je al was."
't Was even een algemeen gesprek, waarbij Rinus' oogen telkens afdwaalden naar Mieke, die hij in anderhalf jaar niet gezien had, maar naar wie zijn gedachten steeds uit waren gegaan.
Hoe vaak had hij niet, in de eenzame stilte van z'n kooi het kleine portretje bekeken, dat hij van Mieke gemaakt had, toen ze in Interlaken waren.
In moedelooze oogenblikken, als er niets anders om hem heen was, dan de eindelooze zee, of ook vaak wanneer de storm het schip heen en weer zwiepte,