234
lang ze in het hotel was, onderdrukt had en Madame recht in de oogen blikkend, zei ze fier:
,,ïk zal wel direct heengaan en ik ben blij, dat ik kan gaan, want u maakt het iemand tot een hel!
Ik heb mijn best gedaan en als ik fouten heb gemaakt, dan spijt me dat en ik wil graag erkennen, dat ik dom heb gedaan met die kalfscoteletten, maar mijn vader laten beleedigen, dat duld ik niet!
Daar staat mijn vader veel te hoog voor!
Ik zal Herrn General-Director zeggen, dat ik hier geen minuut langer wil blijven!"
Ze wilde zich naar de deur begeven, toen plotseling Madame zich tusschen haar en de deur stelde.
„Na, wissen Sie, u heeft sjoeld bekend, da kan man de zaak nog einmal überlegen. U zal ja niet meer zoo doem zijn, waas?
lek zal mij dat eten van het Personal aanzien. Aber doen Sie dat niet nog eenmaal, waas?
Rags, kom hier, wat doe jij daar dan?
Na, Fraulein Röstel, niet meer zulke doemheden maken, waas? Na, also!"
Er was werkelijk vriendelijkheid in Madame's oogen, toen ze Norine aankeek en het meisje, dat voelde, wat het voor een vrouw als Madame wilde zeggen om eenigszins bakzeil te halen, verteederde die blik.
„Ik had het niet moeten doen," zei ze zacht. „Ik zal me er in het vervolg niet mee bemoeien."
En toen deed Madame iets, wat ze in haar heele