233
voelde zich niet meer zoo zeker als te voren.
Ze klopte bescheiden aan Madame’s „saloon".
„Herein!”
Als een ijsbeer in een kooi, zoo liep Madame in het vertrek op en neer, de zweep, als een boog gespannen, in haar beide handen.
Plotseling staakte ze haar wandeling en bleef voor Norine staan, haar van kop tot teenen opnemend, of ze haar voor de eerste maal aanschouwde.
,,So So! da zal man denken, so een oensjoel-
dieges Frauleinchen, nich? Wat valt u dan ein?
U heeft misjien gedacht u kan hier die baas schpielen, waas?
Kalbscoteletten!! Kalbscoteletten! 1
So eine Frechheit! Iek denk in das feine hotel van u heeft u ze selber nooit bekommen, waas? Misjien heeft uw Vater zuviel kalbscoteletten an das Per-sonal gegeben, hat er het hois misjien daaroem ver-plempert, waas?"
Norine was krijtwit geworden.
,,Ik verzoek u vriendelijk mijn vader buiten de kwestie te laten, Madame," zei ze met bevende lippen.
„Na, die heeft es schön gemaakt, in die kleine snertzaak! Man kan ja zien wie het u geleerd is! U kan Ende der Monat naar eene andere stelle oem-zien. Kan u Kalbscoteletten beschtellen soviel als u wil!
Und jetzt an die arbeit! Rasch!"
Toen ontwaakte in Norine alle trots, die ze, zoo