232
De Ober had getreuzeld met het schrijven van den bon, maar Norine, in jeugdigen overmoed had gezegd:
„Het personeel heeft recht op behoorlijk eten."
De kalfscoteletten waren boven gekomen en gretig verorberd, maar de chef de cuisine, in woede ontstoken op „de Zwitsersche praatsmaakster”, was, wel wetend, hoe hij het zaakje aan moest pakken, naar Madame gesneld en had haar gezegd, dat hij wel bevelen van Madame afwachtte, maar niet van een ondergeschikte en Madame, die net even te voren van haar gemaal gehoord had, dat Mr. Graham beloofd had de gouvernante vrij te geven, en al een ruzietje met haar echtvriend over die kwestie achter den rug had, omdat z ij Norine had bevolen thuis te blijven, werd furieus.
„Nun, warte mal!” had ze gekrijscht, en de zweep had Rags, die dood onschuldig was aan de affaire met de kalfscoteletten, om de ooren geknald, gelukkig zonder hem te raken.
„Warte mal, wij sollen das Fraulein wel klein krijgen! Zoo eine Frechtaks! Zoo eine "
De chef was voldaan naar zijn heiligdom teruggekeerd en had zich de handen gewreven bij de gedachte dat „die Zwitsersche Mamsell" er van langs zou krijgen.
„Toen Norine zich regelrecht van das „Fürsten-zimmer" naar haar werk begaf, werd ze per telefoon naar de kamer van Madame ontboden.
„Daar zullen we 't hebben,” dacht Norine en ze