228
Maar Norine schudde verdrietig het hoofd.
„Madame kan me niet missen."
„Wat zeg je?" stoof Sally op. „Weet ze, dat vader het gevraagd heeft en haar man het goed heeft gevonden?"
„Ze zegt, dat haar man niets te beslissen heeft over den vrijen tijd van het vrouwelijk personeel, dat is haar zaak. En dat is ook wel waar."
„My Lord! ik ga naar haar toe, ik...
„Bedaar Sally. Als Nou Nouryn hier in betrekking moet blijven, is het beter er niet langer op aan te dringen. Je zoudt er haar, dunkt me, geen dienst mee doen."
„Zoo is het," zei Norine, hem dankbaar aankijkend. „En buitendien, vanavond had ik toch niet mee kunnen gaan. Je weet toch wel, Sally, we zouden toch naar...."
„Ach ja, dat is waar ook. We waren verzocht
bij je weet wel Dad, bij Fred's ouders. Natuurlijk
ga je daarheen, Norinchen, veel te fijn, dat 't daar zoo botert. Ik zal ze een belletje geven waarom ik door afwezigheid zal schitteren. Ik doe 't meteen maar."
Ze hoorden Sally een geanimeerd gesprek voeren met mevrouw Dannenburch.
„Great idea!" jubelde ze in antwoord op iets dat mevrouw haar zei. „Ik breng ze mee," en toen tot haar vader. „Mrs. Dannenburch inviteert u om met uw aanhangsel mee te komen."
„That's all right," besliste hij, want hij wist uit