210
En toen werd Norine' s lof in alle toonaarden bezongen,
„Daddy is zóó blij, dat ik haar tot vriendin heb! Ze is zóó ladylike, is ’t niet? en zóó ontwikkeld en Daddy wil, dat ik haar mee naar Amerika neem. Norinchen zal er furore maken!
Ik heb al eenige zeer serieuse pretendenten voor haar. Ze is een kleine beauty, is ’t niet?
Jammer, dat ik geen broer heb, Daddy zou gelukkig zijn met zoo’n lieve schoondochter!”
Er was geen speld tusschen te krijgen en meneer Dannenburch zat geamuseerd te luisteren naar de opgewekte twetterende stem, die zoo vol sympathie en met zooveel trots sprak over het meisje, waar hij en z’n vrouw juist kort tevoren een lang gesprek over hadden gevoerd,
En meneer Dannenburch vond het weer een van die groote toevalligheden, dat ze nu juist Norine moesten ontmoeten, toevalligheden? die hem zoo vaak in z’n leven verwonderd hadden,
Zijn ernstige oogen dwaalden af naar Norine, die zoo gezellig met z'n vrouw zat te praten.
Dat Amerikaansche meisje had ’t nog zoo mis niet! Ze zag er inderdaad bizonder ladylike uit, Norientje en ze was nog mooier geworden, vond hij. Er kwam iets als spijt in hem op, dat hij, toen Fred’s over-hoope brief was gekomen, niet wat toegeeflijker was geweest.
De jongen was daarna uithuiziger nog geworden dan tevoren en dan dat eeuwige uitgaan met dien