209
„Wat is er? Zie je spoken? Je kijkt zoo griezelig."
„Fred z’n ouders!” Norine’s oogen wezen naar een heer en dame, die de steenen trappen van het paviljoen opliepen en juist hun koers namen naar waar de meisjes zaten.
„Ik doe net of ik ze niet zie,” fluisterde Norine en ze keek plotseling vol belangstelling naar twee dartele herdershonden die elkaar naholden.
„Is dat Norinchen niet?” hoorde ze plotseling een volle, warme stem vragen.
Norine, schijnbaar onbevangen, maar inwendig trillend, stond op, deed verrast en begroette Fred’s moeder.
Mijnheer Dannenburch, uitermate vriendelijk, drukte Norine eveneens de hand.
Norine stelde Sally voor, die van een zoo groote innemendheid was, dat ze op slag de harten van het echtpaar won.
„Mogen we ons bij de dames aansluiten?” vroeg meneer, zoekend naar een paar leege stoelen.
De dames zeiden, dat het hun heel aangenaam was en Sally gaf Norine een kneep in haar arm, die het meisje bijna een kreet ontlokte.
De manier waarop Sally zich onmiddellijk meester maakte van meneer Dannenburch, was onbetaalbaar.
Al spoedig bracht zij het gesprek op hare kennissen uit de Amerikaansche bankierswereld, allen groote lui, die den heer Dannenburch bij naam kende, allemaal vrienden van Dad en haar.
Contrasten. 14