208
zoo fleurig tusschen de tulpen ziet staan," verkneuterde ze zich.
,,Ik kreeg gisteren zoo'n heerlijk opgewekten brief van hem," vertelde Norine. „Mijn zwager kan hem niet meer missen in de zaak en heeft hem een vaste en zeer goed gesalarieerde betrekking aangeboden, een betrekking, die zoo echt naar vader's zin is. Zijn dagen zijn nu geheel gevuld en hij is den koning te rijk."
„Geen wonder! hij is nog veel te actief om te rentenieren. Dad zou 't ook niet kunnen. Kind, wat fijn! nu behoef je je heelemaal geen zorgen meer om hem te maken."
„Ik word schatrijk!" lachte Norine. „Vader wil geen halve cent meer van me aannemen. Hoe vin-je zoo'n trotsch-kop?"
„En dan ben je te zuinig om een auto te nemen? O, Norinchen, ik had 't eerder moeten weten! Vooruit, nu gaan we ook fijn tea-en in dat paviljoen daar. Ik ben er al eens met mijn geliefde landgenooten afgezakt en je zit er zalig in de zon te bakken."
Het terras van het paviljoen was al gezellig vol, maar ze vonden toch nog een zonnig plaatsje.
„We nemen thé complet met een zee van zoete zaligheden. Dat mag nu toch wel."
„Doe nu niet of ik zoo op m'n centjes zit," lachte Norine. „Al wat binnen mijn bereik valt mag je bestellen en ik fuif nog op een sorbet na. We zullen dezen zaligen vrijen dag uitbuiten. O, Sally!" deed ze opeens verschrikt.