199
schien heelemaal niet indenken. Jij zeker niet, Sally. Maar geloof me, dat de minste van het personeel onafhankelijker is, dan ik."
,,Great heavens! dat noem ik sterk! En dat laat u zich maar rustig aanleunen?" vroeg Sally strijdlustig.
Juffrouw Betty zweeg even, alsof ze met zichzelf te rade ging of ze hun vertellen zou waarom ze dit alles niet van zich af kon schudden, dan zei ze, en in haar stem was ontroering:
„Waarom ik me dit alles laat aanleunen, Sally, omdat ik de eenige ben, die in mijn broer's moeilijk bestaan nog wat warmte en verlichting kan brengen."
„Omdat die feeks ’m zoo’n hel geeft? Waarom geeft hij haar niet een nog veel grootere hel terug?" vroeg Sally heftig.
„Ach, Sally, ik was vroeger net zoo’n kemphaan als jij nu. Maar de tijd en de omstandigheden hebben me veel tammer gemaakt. Ik heb genoeg tegen zijn huwelijk gesputterd. Mijn broer houdt ondanks al haar leelijke eigenschappen nog veel van zijn vrouw, al ziet hij haar ook met andere oogen dan vroeger en de fout is geweest, dat hij haar veel te veel verwend heeft. Een natuur als de hare kan niet door zachtheid geleid worden, ze had iemand moeten trouwen, die...."
„Leeuwen kan temmen," schaterde Sally.
„Ja, je lacht er nu om, maar feitelijk is het waar."
„Toch eigenaardig, dat diezelfde vrouw een en al zachtheid is, als ze bij de poezen is," peinsde Norine.
„Ze heeft zelf een katten-natuur en ze voelt zich