198
eigenlijk vanzelf, je hebt alleen maar te zorgen, dat je alles nagaat...."
,,En dat ze weten, dat je alles nagaat," lachte juffrouw Betty.
„Nu en dat doe je. Men kan zien, dat je het klappen van de zweep uitmuntend verstaat."
„Al kom ik dan ook uit zoo'n klein derderangs huis!"
„Ai, dat is een piek voor Madame! Intusschen weet je maar aardig den vrede met haar te bewaren. Niemand blijer dan mijn broer! Hoe heb je het gedaan gekregen, kleine tooverheks?"
„Poezen-sympathie en.... 't is erg gemeen van me, maar ik heb echt mijn best gedaan een beetje bij haar in het gevlei te komen en daar is ze erg gevoelig voor. Juffrouw Betty, 't is eigenlijk schandelijk, dat ik zoo over Madame spreek waar u bij is."
„Ik kan nogal wat op haar hooren," spotte juffrouw Betty. „Alleen, ik zou 't toch niet van iedereen kunnen velen. Jij bent eigenlijk de eerste waarmee ik zoo intiem spreek. Je bent een heele aanwinst voor me, Norientje en 't spijt me alleen maar, dat we, om Madame's woede niet op te wekken, elkaar zoo langs omwegjes moeten spreken."
„Ik zou d'r toch kalm laten opvliegen," vond Sally. „Stel je voor, u, de zuster van den Directeur, u kunt toch zeker maling hebben aan Amandelchen."
Betty schoot in een lach over de verbastering van Amanda's naam, dan zei ze ernstig:
„Ach meisjes, zoo'n toestand kunnen jullie je mis