197
hier al de meest humoristische tooneelen zien afspelen, maar meestal waren het uitgaande of terugkomende visch-colleges."
„Dood-jammer, dat we het niet gekiekt hebben," vond Sally. „Daddy had zich een aap gelachen om Opoe, tronende in dat gehavende Fordje!"
„Norine!" schudde juffrouw Betty het meisje, dat in diep gepeins verzonken was, wakker.
„Zit je weer te piekeren? Wat is er toch met jou? Wordt het werk je te zwaar, of heb je iets met mijn schoonzuster gehad?"
„Juffrouw Betty," vroeg Norine een beetje angstig, „denkt u, dat Madame en uw broer tevreden zijn over mijn werk?"
„O, is het dat, klein piekerhoofd! Nu, van mijn broer weet ik, dat hij zeer tevreden is en Madame zegt niets, dus neem ik aan, dat ze het ook is. Heb je moeite met het personeel, Norinchen en tob je daar soms over?"
„Die eerste maand was wel hopeloos," zei Norine, die liever niet sprak over de ware oorzaak van haar gepieker. „Het personeel was zoo onwillig, ze schermden maar met al wat de vorige gouvernante voor goeds gedaan had en ik had 't gevoel, dat ik nooit vat op ze zou krijgen. Ik heb erge stommiteiten begaan en Madame heeft me niet ten onrechte in het begin zoo uitgeveterd. Maar ik heb toch hoop, dat ik het werk wel onder de knie zal krijgen, vooral, omdat het personeel me nu goed gezind is en ook omdat dit zoo voorbeeldeloos gedresseerd is. Het werk gaat