188
geweest, dan de aardige, joviale, maar wat oppervlakkige jongen, waar jij van houdt.
Norientje, je gelooft me toch wel?"
„Natuurlijk, geloof ik je," stelde Norine haar gerust. „’t Is een akelige geschiedenis en ik wilde, dat je me vooruit gezegd had wat je uit ging spoken, dan had ik je er zeker van terug gehouden."
„Heb je verdriet, baby?"
„Nu minder, dan in de laatste weken. Toen heb ik me zóó verlaten gevoeld en had ik de groote teleurstelling alleen te dragen, want jij was er ook haast nooit.
Nu weet ik, waarom je er niet was, maar je had beter bij me kunnen blijven. Mijn oogen waren eigenlijk al direct open, toen we hier aankwamen. En Mieke, hoe lief ze ook voor Fred pleitte, heeft me toch ook wel toe moeten geven, dat Fred's gedrag lang niet aardig was.
Dit laatste, wat jij me zoo juist verteld hebt, doet de deur dicht. Ik wist niet, dat het zóó erg was."
„Ik wilde het je eerst besparen, maar 't is beter, dat je het weet.
Norinchen, ik vind het zoo ellendig voor je en juist nu, terwijl je ver van je familie bent in zoo'n moeilijken en akeligen werkkring."
„Maak me niet week Sally! Ik heb genoeg moeite me er boven op te houden."
Norine vocht met opkomende tranen, maar zich vermannend, zei ze flink:
„Ik kom er over heen! En 't is goed dat mijn werk