186
„Ik geloof, dat ik verstandiger doe maar naar bed te gaan. Misschien kun je ’t mij morgen kalmer vertellen."
„Norine, wees niet zoo ijzig! Ik zal 't je vertellen!
Je weet zelf, dat Fred den laatsten tijd erg onverschillig was en steeds uitvluchten zocht om niet bij de van der Meerlen's te komen als jij er was."
Norine knikte toestemmend.
„En we hoorden toch ook van Mieke, dat hij steeds met Paul naar dancings ging "
„Ja, ja," zei wat ongeduldig, Norine.
„Ik had me in Interlaken al voorgenomen dien Paul in de gaten te zullen houden, want ik heb 't je toen niet verteld, maar ik luisterde een gesprek van Margret en hem af en toen hoorde ik, dat hij je niet erg genegen was en wel zou zorgen, dat Fred je zou vergeten."
„Dacht ik het niet!" vloog Norine op. „Van het eerste oogenblik waarop ik hem zag, wist ik, dat hij Fred's booze geest was."
„En zoo verfijnd is ie die Mephisto, zoo stiekum en gemeen en die slappeling van een Fred ziet niet eens, dat hij hem geheel overheerscht!"
„Vertel nu alsjeblieft kalm verder."
Norine's gezichtje zag heel bleek en de kleine, roode mond trok nerveus.
„Ik heb die Amerikaansche lui waar ik kennis mee maakte overgehaald het tweetal iederen avond te
volgen en O, baby, heusch, Fred is niet zoo-
als jij denkt, dat hij is.