185
Norine liet haar flink uithuilen en wachtte tot ze wat kalmer werd.
Toen hief Sally de rood-behuilde oogen naar haar op en snikte:
„Ik heb absoluut het goede gewild, Norinchen en gedacht heelemaal in jouw belang te handelen en nu...een nieuwe huilbui maakte haar woorden onverstoorbaar.
„Houd nu eens even op met dat huilen en probeer kalm alles te vertellen," zei Norine flink en ze sprenkelde wat lavendelwater op een zakdoek en frischte hiermee Sally's gezicht op.
Toen kalmeerde het meisje en kwam haar oude flinkheid terug.
„I'm so sorry, baby! maar, weet je — ach, 't is zoo moeilijk te zeggen. Ik ben zoo bang je verdriet te doen...."
„Is het iets met Fred?"
Norine vroeg het ijzig kalm, want ze voorvoelde, dat Sally's ontreddering met Fred en haar zelf in verband stond.
„Norinchen!" barstte Sally uit, „je bent duizendmaal te goed voor Fred. Hij is.... hij.... en die Paul! O, ik zou ze kunnen verscheuren, allebei!"
„Vertel nu toch eens kalm, Sally! Wat geeft 't of je raast en tiert? Ik geloof toch, dat ik het recht heb te weten waar het om gaat."
„O, als je maar niet denkt, dat ik jou kwaad heb willen doen! Ik had je zoo graag je geluk gegund, maar dit "