184
„Vanwaar die zelfkennis, zoo plotseling?" lachte Norine. „Is er iets niet naar je zin gegaan vanavond? Heeft je blonde landgenoot meer met een ander gedanst dan met jou, of heeft hij je maar heel gewone rozen inplaats orchideeën gestuurd?"
„Norine, houd op met je getreiter!" stoof Sally op. „Je moogt me zooveel verwijten maken als je wilt, maar treiter niet, daar kan ik niet tegen en buitendien ben ik al dat gedans begonnen met een bedoeling, die heusch mezelf niet gold!"
„Wat ben je buiten je zelf! Biecht eens op, wat heb je uitgespookt? Zit je in de knel met het een of ander? O, je hebt natuurlijk weer malle dingen gedaan, I am sure!"
„Ik zal 't je morgenavond wel vertellen," zei Sally, terwijl ze opstond, „jij moet morgen weer voor dag en dauw op en hebt je nachtrust heusch wel noodig. O, Norinchen," ze sloeg plotseling haar armen om Norine heen en begon wanhopig te snikken.
„Kind! wat is er gebeurd?" vroeg verschrikt Norine, want als Sally huilde! dan moest er wel iets heel ergs zijn.
Ze duwde haar zacht terug in haar stoel en bij haar plaats nemend, zei ze hartelijk:
„Toe, vertel me wat je zoo verdrietig maakt, baby!"
De oude, hartelijke toon deed de maat overloopen en Sally, zich niet meer kunnende beheerschen, brak in een woeste huilbui los.