179
„Niet zoo ironisch, Norinchen. Den eersten tijd van je hier zijn is Fred toch altijd gekomen als jij er was, waarom zou hij dan nu opeens weg blijven?"
„Waarom?" barstte Norine los, „omdat zijn boezemvriend Paul van z'n groote reis teruggekomen is en hij avond aan avond met hem uit gaat."
„Hoe weet je dit?"
„Van Mieke. Die komt trouw 's avonds bij me babbelen. Ze ergert zich ook zoo aan die groote vriendschap voor Paul. Trouwens, Fred’s ouders houden ook niet van hem en ik geloof, wanneer ze kiezen moesten, ze nog liever wilden, dat hij dan maar met mij trouwde, dan onder Paul's invloed zoo langzamerhand een van die bekende fuif-nummers te worden, die in alle dancings bekend zijn."
Mevrouw van der Meerlen liet haar rustig uitpraten. Ze was eigenlijk blij, dat het meisje er over begon,
„U begrijpt, dat mijn trots er tegen opkomt, om op zoo'n manier gebonden te blijven aan Fred. Ach mevrouw, ik heb het gevoeld, van het oogenblik waarop Fred me in z’n auto naar het hotel bracht. In Interlaken was ik tenminste nog de dochter van den eigenaar van het hotel, hier ben ik „maar personeel" en hij heeft me dit verschillende malen laten voelen."
„Weet je dit nu wel zeker, kindje? Ben je niet wat licht geraakt?"
„Ik geloof het niet," verdrietig zei ze het. „Misschien heb ik wat teveel over mijn werkkring met