175
Op de withouten tafels stonden verschillende werktuigen, als machines tot het openen van oesters, vleeschsnijmachines en vleeschmolens.
Een afgeschut gedeelte van de keuken was tot bureau van den chef-kok ingericht, waar zich zijn lessenaar, telefoon en kleine bibliotheek van boeken op culinair gebied bevonden.
Voorts een grooter afgeschoten gedeelte met glazen wanden en deur, waar de zoetste aller mannen, de patissier den scepter zwaaide en taarten, petits fours, ijs-paleizen, pièces montées, pasteien en meerdere heerlijkheden gefabriceerd werden.
En deze patissier, ook alweer een meester in zijn vak, wist van suiker rozen te maken, zóó doorzichtig en fijn, dat ze leken te droomen op het zoete gebak, dat ze sierden.
Op zijn gebied bevond zich ook de electrische ijsmachine voor het vervaardigen van ruw ijs en dessert-ijs.
En naast deze ruimte was weer een aparte afdee-ling, de z.g. garde manger, waar een kok, met gelijke benaming, zorgde voor het uitsnijden van het vleesch en het schoonmaken en voor het koken, braden en bakken gereed maken van vleesch, visch, kreeften, etc. De koel-inrichting bracht de garde-manger op lage temperatuur. Daar bevond zich de voorraad aan versch vleesch, visch, overgebleven spijzen, sauzen en al wat voor bederf vatbaar was.
In een aparte ruimte zaten eenige keukenmeiden de aardappelen te schillen en groenten schoon te