176
maken, die dan aan de koks ter verdere behandeling werden overgegeven.
In een naast de groote keuken gelegen spoelruimte, waar de pannenwasscher of casserolier, zooals zijn vaknaam luidt, baas was, waren de groote bassins met kokend heet water, waar de pannen en het verdere kookgerei voortdurend in gereinigd werden.
Ze waren aan het einde van hun rondgang, Madame en Norine.
„Nun?”
Amanda's kin stak fier omhoog en ze keek het meisje uitdagend aan.
„Es ist wircklich wunderbar!" zuchtte Norine.
„Alsjeblieft, schpreekt u Hollandsch, nicht? Man is hier ien Holland en wanneer man hier sein brood verdient zal man ook de taal schpreken. Rags, kom her! Waar is dan dat vee?”
„Hij is in de koffiekeuken, Madame,” zei de casserolier.
„lek vraag u niets. U kunt antwoorden als iek u iets vraag, nicht?"
Ze draaide de gang in, waar Rags vreugdevol tegen haar opsprong.
„Waar ben jai geweest?"
Rags kronkelde zich in onmogelijke bochten op den steenen vloer.
Patsch, patsch, patsch! Lang niet malsch kwam Madame's beringde hand op arme Rags neer.
Toen wendde ze zich tot Norine.
„lek denk, u zult u ja niet zoo heel rustig voelen,