173
zekere treiterige genot, dat Norine van binnen zoo opstandig maakte:
„Und jetzt.... laat iek u dan onze keukens zien...
„O!" dacht Norine nijdig. „Dat heele keuken-gedoe kan me geen zier schelen! Wat heb ik ermee te maken! Dat is toch m ij n afdeeling niet. Onverdragelijke protzerei! Ik wou, dat ze opvloog met d'r keukens, die natuurlijk ideaal zijn, anders zou ze ze me die heusch niet laten zien.”
En voor haar oogen doemde de veel te kleine keuken van Beau-Séjour op, met z’n geheele ouder-wetsche inrichting, waar hun oude, goede chef wonderen in gedaan had. O, ze wist nu al, dat 't eten uit de model-inrichting, die ze nu te zien zou krijgen, haar nooit zóó heerlijk zou smaken als dat van hun eigen kleine, oude keuken.
En haast onwillig schreed ze achter Madame aan.
Maar ze moest niet in hart en nieren een geboren hoteliers-dochter zijn geweest, als ze haar wat kleingeestige jalouzie niet vergeten had, en niet in oprechte bewondering was gekomen voor al wat ze te zien kreeg en dat zoozeer verschilde van dat wat ze gewend was.
De keuken, gelegen onder de groote table d'Höte-zaal en even groot als deze, had een vloer van lichtbruine tegels, die smetteloos rein waren en dagelijks bestrooid werden met zaagsel, om het vet op te nemen en het loopen zonder uitglijden in de hand te werken.