169
Amanda's aanschijn werd stralender en stralender en ze genoot van Norine’s oprechte bewondering.
„Zooiets hebt u u niet kunnen droomen, waas?"
Neen, dat had ze zeker niet en haar bewondering groeide nog, toen ze in het sous-terrain kwam.
Ze schreed achter majesteitelijke Amanda door koffiekeukens en magazijnen, het z.g. „economat" waar alles in ijskasten, gekoeld door de machinale koelinrichting uit de groote keuken, wordt geborgen, zooals boter, kaas, melk, fruit dessert enz.
In de koffiekeuken, waar de koffiejuffrouwen met ontstellende vlugheid bezig waren het ontbijt voor de talrijke gasten te verzorgen, maakte Madame het meisje attent op de automatische koffie- en theemachines, de eierkokers, die ook al automatisch de eieren op de gewenschte zacht- of hardheid kookten en uit het water lichtten.
„Sowas ziet man niet ien kleine Hauser waas?"
De toon, waarop dit gezegd werd, was tergend en Norine voelde den steek onder water maar al te goed.
„De spoelkeuken," annonceerde Madame, haar voerend naar een groote aparte ruimte, waar duizenden stuks vaatwerk zoomede het zilverwerk gewas-schen, gedroogd en gepoetst werden.
Een klein, al bejaard vrouwtje, dat op haar knieën liggend bezig was den grond te schrobben, keek op bij het binnenkomen van Amanda, de gevreesde, doch in haar blik was niet die verstarde en verschrikte uitdrukking, die het andere personeel kreeg bij de komst van Madame.