166
„Jai schtuurt! jai schtuurt! bemoei iek mij met jouw boeken, waas? Rags, kom hier! Allez houp!”
Een gebiedend gebaar met de blanke hand en Rags, die vlak achter haar had gezeten, kroop voor haar voeten.
„Brave, brave!" haar lakschoentje plantte zich op zijn kop. „Waar ies dan dat Fraulein jetzt? lek zal haar het hois zien laten, zal ze zelf wel angst hebben voor die Stelle, die dumme menschen haar ien de hand spielten. Kan ze ja zien, wat alles d’ran en d'rum hangt!"
Majesteitelijk zeilde Madame het bureau uit, met Rags als een schaduw achter haar.
„Chasseur.!" galmde haar stem door de hall, bij welke klank de geheele staf, van den portier tot den piccolo, in stramme houding stond.
„Ga naar de koerierskamer en zeg de gouvernante dat iek haar op de vierde étage wacht."
Madame stevende naar de lift, waar de liftier zich al in een eerbiedigen kronkel vouwde, en hipte op haar elegante hooggehakte schoentjes het weelderige goud-getraliede en rood-gecapitonneerde kamertje in, dat lift heette, terwijl beneden in de hall de kleine chasseur vurig hoopte „dat ze met de heele lift naar beneje zou duvelen," een wensch, die iederen keer in z’n verbitterd hartje opkwam als hij Amanda de lift in zag gaan.
Maar ze kwam, ondanks dien zwarten wensch, behouden op de vierde étage aan en begaf zich, in afwachting van Norine naar de magazijnen waar het