163
looven, dat we een bakvischje als gouvernante hebben aangesteld," plaagde ze.
,,Dan zullen ze gauw genoeg weten, dat ze me niet als zoodanig moeten behandelen, want dan verandert de bakvisch minstens in een haai!”
„U ziet er nogal niet haaierig uit! Enfin, ik wensch u dan veel succes in uw werkkring en ik hoop, dat het u bij ons zal bevallen. Maar komt u even bij me op bureau, mijn broer zal daar direct komen.”
Zoo welgemoed stapte Norine achter haar aan naar het privé-kantoor, waar Betty van Dijk haar domein had.
„Wat een lieve vrouw," dacht Norine, toen ze, gezellig zat en Betty van Dijk haar vertelde, hoe ze al twintig jaar de hoofd-boekhouding verzorgde.
„Wat heeft ze slanke handen en hoe mooi beweegt ze ze. En zoo ladylike is ze. Hemeltje, wat een verschil met Madame! Ik wil gelooven, dat het personeel dol op haar is. Ik ben het nu al,” peinsde Norine.
„U zult misschien liever eerst willen ontbijten," zei juffrouw van Dijk, nadat ze een tijdje met Norine had zitten praten en op Betty's verzoek in het Hol-landsch. „Dom van me. Ik jaag u dus maar weg. Mijn broer heeft de afspraak zeker vergeten. Ik zal hem naar u toe sturen als hij hier komt. En juffrouw Röstel, luistert u eens, er zullen misschien moeilijke tijden voor u komen hier.... enfin, ik wil maar zeggen, u kunt altijd bij mij komen, na afloop van het werk kunnen we dan knusjes babbelen. En uw Hol-landsch valt me erg mee."