158
paar uur. En op geklets van het personeel ga ik nooit af. Herr Director is een heel beminnelijk mensch en morgen zal hij me zelf door het huis rondleiden en me inwijden in mijn werkzaamheden."
„Dat is toch het werk van Amandelchen, is 't niet?"
„Die bemoeit zich misschien niet met de zaak."
„Oei, oei! dat moest waar zijn! Ze doet zelf niet veel, dat is zoo, maar ze laat doen en hoe! en ze dresseert „das Personal" of ze een troep Trakhener hengsten voor heeft. Enfin, je zult het zelf ondervinden."
„Afwachten! ik ben niet bang voor een beetje werk en ik kan niet meer, dan m'n uiterste best doen,"
Er werd op de deur geklopt.
„Come in!" galmde Sally.
Een beleefd buigende kellner met een zilver blad, waarop een whiskey met soda en „un thé" trad binnen, spreidde een sierlijk wit kleedje met kant op de tafel, schikte het theegerei.
Norine, een blosje van opwinding op de wangen, zei vriendelijk, maar beslist:
„Dit moet een vergissing zijn, u kunt de thee weer mee nemen."
„Excuse, dearest, i k heb ze besteld," zei Sally.
„O, natuurlijk, je weet niet, dat ik niets op mijn kamer geserveerd kan krijgen," wees Norine haar lachend terecht.
„Never mind, je bent mijn gast. Heinrich, wil je