157
„Sally hoe weet je ?" vroeg Norine een en
al verbazing.
Sally lachte triomfantelijk.
,,Ohne trucs, babyi Ik heb een kamermeisje van ongeveer vijftig schoone lente's en ze was nog geen vijf minuten in m'n kamer, toen ik al wist, dat ze al dertig jaar in dit hotel is, verknocht schijnt aan het huis en leeft op de herinnering aan „onze vorige Madame zaliger!” Ze heeft voorts een hartgrondigen hekel aan de paardrijdster en een diepe vereering voor diens ongelukkigen gemaal, die door de schoone Amanda getiranniseerd wordt en die altijd maar weer tracht goed te maken, wat Amandelchen „ver-putzt” heeft."
„Sally!"
„What 's the matter? Sta je versteld over m'n detective-neigingen?''
„Ik vind het niet prettig, dat je met het personeel over dergelijke dingen spreekt."
„Ik sprak niet, zij kookte over en ik luisterde. Ze dacht — wetende, dat ik jouw vriendin ben — aan het wijze spreekwoord: „Une femme avertie ... etc!"
„Maar hoe wist ze, dat jij mijn vriendin bent?"
„Oh, that's another story! Dat vertelde ik haar. En 't is heelemaal niet erg, baby, maar geheel in je eigen voordeel. Dat kan ik je wel zeggen, als ik merk, dat de paardrijdster je negert, dan zal ik haar een knock-out verkoopen, dien ze haar leven lang niet zal vergeten."
„Doe niet zoo idioot, Sally. Ik ben hier pas een