153
Henri leek wel gek, om zoo'n jong ding als gouvernante aan te stellen!
Al had nu honderdmaal een van de Commissarissen haar aanbevolen, dat was toch geen reden om het hotel in gevaar te brengen.
De staalgrijze oogen gleden koel over heel het bekoorlijke persoontje, dat haast verzonk in de enorme fauteuil van zee-groen gestreepte zijde met rose roosjes.
,,Ik dacht niet, dat u zóó joenk was," zei ze dan langzaam. „Hoe heeft u het aangedurfd een zóó schwere en verantwortliche Stelle aan te nemen."
„Ik heb in ons eigen hotel niet anders gedaan, ik ben gewend hard te werken en met personeel om te gaan."
„Nun ja, in zoo'n kleines Haus." De toon waarop dit gezegd werd was zóó laatdunkend, dat Norine haar bloed voelde koken.
„Zóó klein is ons huis niet." Norine's stem beefde. „Honderd bedden!"
„Ach so, nun ja!" ze lachte een akelig minachtend lachje waarin al haar ongeloof in Hotel Beau-Séjour lag.
Dan boog ze zich over naar den hond, die vlak voor haar voeten lag en hem een por met de zweep gevend, riep ze:
„Allez houp, Rags!"
Ze stond op, ging naar de telefoon, haar stem één commando: