151
aanklopte aan een deur aan het einde van de lange gang.
„U kunt binnen komen," zei hij, opende wijd de deur en liet Norine passeeren.
Heel kleintjes en schuchter stond ze in de enorm groote en hooge kamer, die overdadig en luxueus gemeubileerd, een kouden indruk maakte.
Madame van Dijk, de vrouw van den directeur, door den portier al telefonisch ingelicht dat de nieuwe gouvernante in aantocht was, stond in eenigs-zins geposeerde houding bij een grooten palm in een hoek van de hel-verlichte kamer, deed, alsof ze minitieus onderzocht hoe een blad van den palm aan bruine punten kwam.
Ze was een hoogblonde vrouw, met verblindend blanke teint en staalgrijze oogen, die iemand konden doorboren. Ze had, of liever gezegd, ze wilde die hebben, de houding van een koningin en ze was gekleed, of ze regelrecht naar een groot avondfeest moest.
Het blonde haar, nog hoog-gekapt, omsloot als een gouden helm haar ietwat te breed gelaat.
Vlak achter haar stond een groote ruigharige ter-rier, die kwaadaardig gromde en z’n tanden liet zien.
Madame liet de zweep, die ze, dat zag Norine nu pas, in haar hand had, vervaarlijk door de lucht knallen en riep:
„Allez couche, Rags!"
De hond, direct stil, kroop onderdanig achter haar. Dan, met het air van een vorstin, tot Norine;