16
bij divans die te hard waren en een tekort aan dekens en kussens.
„Wat kan 't me eigenlijk nu meer bommen," dacht ze onverschillig. „Laat Hanckerl er voortaan maar voor zorgen, dat zijn gasten zacht en warm liggen."
Maar toen ze in de lift naar boven steeg, was deze onverschilligheid alweer overwonnen en ze gaf het meisje bevel kussens en dekens te geven van kamers, die toch niet in gebruik waren.
Ze klopte aan op kamer 14.
„Binnen!" riep een matte stem.
Mevrouw van der Meerlen lag op den veelgesmaden divan en richtte zich op toen Norine binnen kwam.
Het meisje vond, dat de Hollandsche dame, nu ze haar zonder hoed zag, toch wel heel zwakjes leek.
„Vriendelijk van u, om zoo direct te komen, juffrouw Röstel. Gaat u even zitten. Ik heb eenige dingen met u te bepraten."
Terwijl Norine plaats nam, schoot het weer door haar hoofd, dat ze nu met alle klachten, die wel volgen zouden, lekker niets, niets meer te maken had.
„U heeft zeker al van het kamermeisje gehoord, dat ik te weinig dek en kussens heb," begon de zwakke, wat monotone stem.
„Daar heb ik reeds in laten voorzien, mevrouw. We hebben altijd zoo'n voorraad van alles, dat het ons gemakkelijk valt, wanneer de gasten iets wen-schen, hieraan te voldoen."
Norine verkneuterde zich in haar eigen opsnijderij.
Mevrouw van der Meerlen keek even verbaasd.