148
hebben ze mij als haar plaatsvervangster aangesteld. Ik ben er wel blij mee, want het salaris is veel hooger en daar kan ik vader dus mee helpen."
Ze reden nu in een veel rustiger buurt en Fred legde even zijn arm om haar heen en trok haar teeder naar zich toe.
„Je bent lief, deartje, en je denkt altijd aan anderen. Maling, of je gouvernante of secretaire bent. Je bent m ij n Norinchen en daarmee basta!"
Het deed haar goed, den ouden hartelijken toon te hooren en ze nestelde zich even warm in zijn koesterende omarming, blij te weten, dat er in het vreemde land iemand was waar ze van hoorde.
De auto stopte voor een groot hotel, dat deftig aandeed, vond Norine.
Een niet minder deftige en goudgegallonneerde portier kwam op Fred's ge-claxon de marmeren trappen afgerend, achter hem aan een lilliputter-chasseur, eveneens in deftig livrei gestoken. Twee huisknechten met groene voorschoten aan, waren dra bezig de bagage af te laden.
„Dag Liebster," zei een wat beverig stemmetje, „Auf wiedersehen."
Fred keek beduusd. Hij had in de gemakkelijkheid waarmee hij gewend was zich te bewegen, vergeten, dat zijn Norinchen niet als gast dit hotel zou betreden.
Maar naast hen stond Sally al.
„Kom, dearest, we gaan gauw naar binnen," zei