139
In het etui lag, fonkelend op het witte fluweel, een sierspeld, waarin een groote diamant, omgeven door kleine smaragden.
,,Toe, pak aan en wees niet boos! Wij beiden, we hoorden niet bij elkaar. Ik wist het, toen vader je aannam, maar uit vrees, dat er nog iets ergers mee zou gaan, hield ik me koest! Nu ben ik heelemaal mezelf, Margret! En heusch, ik heb af en toe wel eens ’t land gehad, dat ik je zoo treiterde. Neem dit dus als zoenoffer aan. Ik heb het met pleizier voor je uitgezocht."
,,Nu, dank je dan wel! ’t Is beeldig! En.... ik zou dan graag zoo gauw mogelijk weggaan. Ik ben hier nu toch totaal overbodig.”
„Zooals je wilt. En hoor eens, ik zal je een beeld van een getuigschrift meegeven, misschien heb je dan kans om nog eens met een aristocratische familie naar Shanghai te reizen! Nou, sleep well!”
Sally lag dien avond lang wakker. „Houd ik er dan toch zoo iets als een geweten op na?” peinsde ze, ,,of is het ook alweer Norine's invloed die me zachter voor de zuur stemt, 't Gekke van 't geval is, dat ik kleur bekend heb tegen de zuur, dat had ik vroeger nooit gedaan, niet eens tegen vader! Wat een geslaagde avond was het. ’t Heeft een bres geschoten in m'n chèqueboekje. Never mind, koop ik dat antieke vaasje niet, dat zoo uitlokkend bij dien antiquair staat! Ik sta versteld over mezelf! Ik, Sally ,
die zich iets ontzegt! Wat heb ik toch een hopeloozen knoeiboel van m'n leven gemaakt! Toch voel ik me