129
danig vervelen. Voorloopig moet ze maar als gast in het hotel wonen, daar is nu eenmaal niets aan te veranderen. Is het hotel ver van Fred's woning?"
„Gelukkig ver genoeg om te maken, dat jullie elkaar niet ieder uur van den dag zien kunt,” plaagde mevrouw. ,,Het hotel is midden in de oude stad en Fred woont in het allernieuwste gedeelte, bijna buiten Amsterdam. Maar wij wonen net in het midden van die twee, dat is nogal een troost voor je, hè?"
„Dat is het zeker. U zult vaak genoeg last van me krijgen."
„Nooit vaak genoeg, Norinchen. En ik verheug me er op jou en Sally onze mooie stad te laten zien. Weet je wat jullie moesten doen? Je komt een week tevoren en dan logeer je allebei bij ons. We hebben een flinke logeerkamer, waar jullie met je beidjes plaats genoeg hebt. Voel je er iets voor?"
„We doen al zoo heelemaal of ik de betrekking krijg," lachte Norine. „Als dat maar niet tegen valt. Ik ben na onze mislukking in Nice erg pessimistisch geworden. Want vader's vriend had vroeger zulke mooie beloften gedaan en toen puntje bij paaltje kwam maakte hij zich tamelijk kort van alles af."
„Ga nu maar gauw schrijven, des te eerder hebben we antwoord, 't Is vandaag toch brieven-dag, zooals Sally zegt."
Toen de gasten — nu het seizoen iets begon te vorderen waren er wat meer gekomen — zich dien middag naar de eetzaal begaven, vonden ze in de hall, in het lijstje waar de aankondigingen van con-
Contrasten. 9